Spreekwoorden 10: tijd en weer
15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden over tijd, wachten, plannen en het weer. Met kindvriendelijke voorbeelden.
Wat betekent: van de regen in de drup komen?
Van een vervelende situatie in een nog vervelendere situatie komen.
Door snel te liegen kwam hij van de regen in de drup.
Wat betekent: voor niets gaat de zon op?
Bijna niets is gratis; voor veel dingen moet je iets doen of betalen.
Als je een prijs wilt winnen, moet je oefenen: voor niets gaat de zon op.
Wat betekent: tijd heelt alle wonden?
Na een tijdje voelt verdriet of pijn vaak minder zwaar.
De ruzie deed pijn, maar tijd heelt alle wonden.
Wat betekent: uitstel komt afstel?
Als je iets steeds uitstelt, gebeurt het soms helemaal niet meer.
Begin vandaag met oefenen, want uitstel komt afstel.
Wat betekent: komt tijd, komt raad?
Als je rustig wacht, komt er vaak vanzelf een oplossing.
We wisten nog niet hoe het moest, maar komt tijd, komt raad.
Wat betekent: de tijd vliegt?
De tijd lijkt heel snel voorbij te gaan.
Tijdens het leuke schoolreisje vloog de tijd.
Wat betekent: te elfder ure?
Op het allerlaatste moment.
Te elfder ure vond hij toch nog zijn gymtas.
Wat betekent: het is vijf voor twaalf?
Er moet nu snel iets gebeuren, anders is het te laat.
Als niemand leert voor de toets, is het vijf voor twaalf.
Wat betekent: het ijzer smeden als het heet is?
Iets doen op het moment dat de kans goed is.
Iedereen was enthousiast, dus de juf wilde het ijzer smeden als het heet is.
Wat betekent: de wind in de zeilen hebben?
Geluk hebben en goed vooruitgaan.
Na drie goede cijfers had Noor de wind in de zeilen.
Wat betekent: voor de wind gaan?
Gemakkelijk en goed verlopen.
Het oefenen ging vandaag voor de wind.
Wat betekent: in weer en wind?
Altijd doorgaan, ook als het weer slecht is.
De postbode werkt in weer en wind.
Wat betekent: als sneeuw voor de zon verdwijnen?
Heel snel verdwijnen.
Toen de bel ging, verdween de drukte als sneeuw voor de zon.
Wat betekent: morgen is er weer een dag?
Je kunt morgen opnieuw verdergaan of opnieuw proberen.
Vandaag lukte het niet, maar morgen is er weer een dag.
Wat betekent: de klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt?
Wel iets over een onderwerp gehoord hebben, maar het niet echt begrijpen.
Hij wist iets over breuken, maar hoorde de klok luiden en wist niet waar de klepel hing.