Problemen en opletten: spreekwoorden en gezegden
15 spreekwoorden en gezegden over fouten, problemen, pech en goed opletten. Met korte uitleg en herkenbare voorbeelden voor kinderen van ongeveer 10 jaar.
Betrapt worden als je iets doet wat niet mag. *** Hij dacht dat niemand het zag, maar hij [liep tegen de lamp]{.text-blue}.
Duidelijk laten zien dat je niet eerlijk was of iets niet echt kon. *** Toen hij niets van het boek wist, [viel hij door de mand]{.text-blue}.
Om hulp vragen of waarschuwen dat er iets mis is. *** Toen het pesten doorging, trok de klas [aan de bel]{.text-blue} bij de juf.
Iets goeds wegdoen omdat je van iets slechts af wilt. *** Gooi niet het hele plan weg door één fout; dan [gooi je het kind met het badwater weg]{.text-blue}.
Te laat zijn voor een kans of afspraak. *** Omdat hij zich niet op tijd inschreef, [miste hij de boot]{.text-blue}.
Vertrouwen op iets of iemand die uiteindelijk niet wint of niet klopt. *** Hij dacht dat dat team zou winnen, maar hij [wedde op het verkeerde paard]{.text-blue}.
Een fout expres geheimhouden. *** De kapotte vaas moest niet [in de doofpot worden gestopt]{.text-blue}; eerlijk vertellen was beter.
Iets verkeerd begrijpen of een verkeerde opmerking maken. *** Hij dacht dat de toets morgen was, maar daarmee [sloeg hij de plank mis]{.text-blue}.
Veel drukte om een klein probleem. *** Iedereen maakte zich zorgen om één vlekje, maar dat was [een storm in een glas water]{.text-blue}.
Steeds kleine problemen snel oplossen. *** De juf was de hele ochtend [brandjes aan het blussen]{.text-blue}: ruzie hier, potlood kwijt daar.
Iets doen of zeggen dat riskant is. *** Als je zonder bewijs iemand beschuldigt, [begeef je je op glad ijs]{.text-blue}.
Zorgen dat iets niet doorgaat of moeilijker wordt. *** De regen stak [een spaak in het wiel]{.text-blue}: het sportfeest werd uitgesteld.
Met de vervelende gevolgen blijven zitten. *** Iedereen ging weg, en Sam zat [met de gebakken peren]{.text-blue}: hij moest alles opruimen.
Doen alsof je iets niet wilt, omdat je het niet kunt krijgen. *** Hij mocht niet meedoen en zei toen dat het spel stom was: [de druiven zijn zuur]{.text-blue}.
Een probleem verbergen in plaats van het op te lossen. *** De ruzie moest besproken worden, niet [onder het tapijt geveegd]{.text-blue}.