Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'opstaan en de dag beginnen'.
[Wakker worden]{.text-blue} is stoppen met slapen en je bewust worden van je omgeving. *** Ik [word wakker]{.text-blue} wanneer de wekker gaat.
[De wekker afzetten]{.text-blue} betekent het alarmsignaal stoppen nadat het is afgegaan. *** Zodra ik wakker ben, ga ik [de wekker afzetten]{.text-blue}.
[Snoozen]{.text-blue} is een wekker tijdelijk uitstellen zodat die na een paar minuten opnieuw afgaat. *** Ik druk รฉรฉn keer op de knop om te [snoozen]{.text-blue}.
[Opstaan]{.text-blue} is vanuit bed overeind komen en aan de dag beginnen. *** Om zeven uur moet ik [opstaan]{.text-blue}.
[Rekken en strekken]{.text-blue} is je spieren rustig langer maken en je lichaam losmaken. *** Na het opstaan ga ik even [rekken en strekken]{.text-blue}.
[Het bed opmaken]{.text-blue} betekent de lakens, dekens en kussens netjes leggen. *** Voor het ontbijt ga ik [mijn bed opmaken]{.text-blue}.
[De gordijnen openen]{.text-blue} betekent de gordijnen opzijschuiven zodat er daglicht binnenkomt. *** Ik ga [de gordijnen openen]{.text-blue} om de zon binnen te laten.
[Je wassen]{.text-blue} is je lichaam met water en zeep schoonmaken. *** Na het opstaan ga ik eerst [mij wassen]{.text-blue}.
[Douchen]{.text-blue} is je lichaam wassen onder stromend water uit een douche. *** Iedere ochtend ga ik kort [douchen]{.text-blue}.
[Afdrogen]{.text-blue} is water van je lichaam of een voorwerp verwijderen met een doek of handdoek. *** Na het douchen ga ik mij goed [afdrogen]{.text-blue}.
[Tandenpoetsen]{.text-blue} is je tanden en kiezen schoonmaken met een tandenborstel en tandpasta. *** Na het ontbijt ga ik [mijn tanden poetsen]{.text-blue}.
[Je haren kammen]{.text-blue} betekent met een kam je haar uit de knoop halen en netjes leggen. *** Voor de spiegel ga ik [mijn haren kammen]{.text-blue}.
[Je aankleden]{.text-blue} betekent kleding aantrekken om klaar te zijn voor de dag. *** Na het douchen ga ik [mij aankleden]{.text-blue}.
[Ontbijten]{.text-blue} is de eerste maaltijd van de dag eten. *** Voor ik vertrek, ga ik rustig [ontbijten]{.text-blue}.
[Brood smeren]{.text-blue} is met een mes boter of beleg over een snee brood verdelen. *** Voor de lunch ga ik twee boterhammen [smeren]{.text-blue}.
[De tafel afruimen]{.text-blue} betekent borden, bekers en andere gebruikte spullen van tafel halen. *** Na het ontbijt help ik [de tafel afruimen]{.text-blue}.
[Een tas inpakken]{.text-blue} betekent de spullen die je nodig hebt in een tas doen. *** Ik ga [mijn schooltas inpakken]{.text-blue} met boeken en een lunch.
[Je agenda controleren]{.text-blue} betekent nakijken welke afspraken of taken voor die dag gepland staan. *** Voor ik wegga, ga ik [mijn agenda controleren]{.text-blue}.
[Een jas aantrekken]{.text-blue} betekent je armen in de mouwen doen en de jas om je lichaam sluiten. *** Omdat het buiten koud is, ga ik [mijn jas aantrekken]{.text-blue}.
[Vertrekken]{.text-blue} is een plek verlaten om ergens anders naartoe te gaan. *** Om kwart over acht moet ik [naar school vertrekken]{.text-blue}.
Wakker worden is stoppen met slapen en je bewust worden van je omgeving.
Ik word wakker wanneer de wekker gaat.
De wekker afzetten betekent het alarmsignaal stoppen nadat het is afgegaan.
Zodra ik wakker ben, ga ik de wekker afzetten.
Snoozen is een wekker tijdelijk uitstellen zodat die na een paar minuten opnieuw afgaat.
Ik druk รฉรฉn keer op de knop om te snoozen.
Opstaan is vanuit bed overeind komen en aan de dag beginnen.
Om zeven uur moet ik opstaan.
Rekken en strekken is je spieren rustig langer maken en je lichaam losmaken.
Na het opstaan ga ik even rekken en strekken.
Het bed opmaken betekent de lakens, dekens en kussens netjes leggen.
Voor het ontbijt ga ik mijn bed opmaken.
De gordijnen openen betekent de gordijnen opzijschuiven zodat er daglicht binnenkomt.
Ik ga de gordijnen openen om de zon binnen te laten.
Je wassen is je lichaam met water en zeep schoonmaken.
Na het opstaan ga ik eerst mij wassen.
Douchen is je lichaam wassen onder stromend water uit een douche.
Iedere ochtend ga ik kort douchen.
Afdrogen is water van je lichaam of een voorwerp verwijderen met een doek of handdoek.
Na het douchen ga ik mij goed afdrogen.
Tandenpoetsen is je tanden en kiezen schoonmaken met een tandenborstel en tandpasta.
Na het ontbijt ga ik mijn tanden poetsen.
Je haren kammen betekent met een kam je haar uit de knoop halen en netjes leggen.
Voor de spiegel ga ik mijn haren kammen.
Je aankleden betekent kleding aantrekken om klaar te zijn voor de dag.
Na het douchen ga ik mij aankleden.
Ontbijten is de eerste maaltijd van de dag eten.
Voor ik vertrek, ga ik rustig ontbijten.
Brood smeren is met een mes boter of beleg over een snee brood verdelen.
Voor de lunch ga ik twee boterhammen smeren.
De tafel afruimen betekent borden, bekers en andere gebruikte spullen van tafel halen.
Na het ontbijt help ik de tafel afruimen.
Een tas inpakken betekent de spullen die je nodig hebt in een tas doen.
Ik ga mijn schooltas inpakken met boeken en een lunch.
Je agenda controleren betekent nakijken welke afspraken of taken voor die dag gepland staan.
Voor ik wegga, ga ik mijn agenda controleren.
Een jas aantrekken betekent je armen in de mouwen doen en de jas om je lichaam sluiten.
Omdat het buiten koud is, ga ik mijn jas aantrekken.
Vertrekken is een plek verlaten om ergens anders naartoe te gaan.
Om kwart over acht moet ik naar school vertrekken.