Decklio met de belangrijkste begrippen over opmaak op referentieniveau 1F: bladzijde, woord, zin, hoofdletter, uitspraak, titel, hoofdstuk, regel, lettertype, alinea en kopje.
Een [bladzijde]{.text-blue} is één kant van een vel papier in een boek, schrift of document. Bladzijden hebben vaak een nummer. --- De inhoudsopgave staat op [bladzijde 3]{.text-blue}.
Een [woord]{.text-blue} is een groep klanken of letters met een betekenis. In geschreven taal staan meestal spaties tussen woorden. --- De zin [De kat slaapt]{.text-blue} bestaat uit drie woorden.
Een [zin]{.text-blue} is een groep woorden die samen een complete boodschap vormen. Een geschreven zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken. --- [De kat slaapt.]{.text-blue}
Een [hoofdletter]{.text-blue} is de grote vorm van een letter. Je gebruikt hoofdletters onder andere aan het begin van een zin en bij namen. --- [M]{.text-blue}ila woont in [U]{.text-blue}trecht.
[Uitspraak]{.text-blue} is de manier waarop je een woord of klank zegt. --- Je schrijft [cadeau]{.text-blue}, maar je spreekt het ongeveer uit als [ka-do]{.text-blue}.
Een [titel]{.text-blue} is de naam van een tekst, boek, film of ander werk. De titel vertelt vaak waar het werk over gaat. --- De titel van de tekst is [De reis naar Mars]{.text-blue}.
Een [hoofdstuk]{.text-blue} is een groot onderdeel van een boek of lange tekst. Elk hoofdstuk behandelt meestal een eigen deel van het onderwerp of verhaal. --- In [hoofdstuk 2]{.text-blue} begint de reis.
Een [regel]{.text-blue} is één horizontale rij geschreven of gedrukte woorden. Als de ruimte op is, gaat de tekst verder op een nieuwe regel. --- Dit is de eerste [regel]{.text-blue} van de tekst.
Een [lettertype]{.text-blue} bepaalt hoe letters en cijfers eruitzien. --- [Arial]{.text-blue} en [Times New Roman]{.text-blue} zijn lettertypen.
Een [alinea]{.text-blue} is een groep zinnen die over hetzelfde deelonderwerp gaan. Een nieuwe alinea begint op een nieuwe regel. --- In één alinea lees je bijvoorbeeld alles over de leefomgeving van een dier.
Een [kopje]{.text-blue} is een korte titel boven een deel van een tekst. Het vertelt waar dat tekstgedeelte over gaat. --- Boven een alinea over voedsel kan het kopje [Wat eet een panda?]{.text-blue} staan.
Een bladzijde is één kant van een vel papier in een boek, schrift of document. Bladzijden hebben vaak een nummer.
De inhoudsopgave staat op bladzijde 3.
Een woord is een groep klanken of letters met een betekenis. In geschreven taal staan meestal spaties tussen woorden.
De zin De kat slaapt bestaat uit drie woorden.
Een zin is een groep woorden die samen een complete boodschap vormen. Een geschreven zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken.
De kat slaapt.
Een hoofdletter is de grote vorm van een letter. Je gebruikt hoofdletters onder andere aan het begin van een zin en bij namen.
Mila woont in Utrecht.
Uitspraak is de manier waarop je een woord of klank zegt.
Je schrijft cadeau, maar je spreekt het ongeveer uit als ka-do.
Een titel is de naam van een tekst, boek, film of ander werk. De titel vertelt vaak waar het werk over gaat.
De titel van de tekst is De reis naar Mars.
Een hoofdstuk is een groot onderdeel van een boek of lange tekst. Elk hoofdstuk behandelt meestal een eigen deel van het onderwerp of verhaal.
In hoofdstuk 2 begint de reis.
Een regel is één horizontale rij geschreven of gedrukte woorden. Als de ruimte op is, gaat de tekst verder op een nieuwe regel.
Dit is de eerste regel van de tekst.
Een lettertype bepaalt hoe letters en cijfers eruitzien.
Arial en Times New Roman zijn lettertypen.
Een alinea is een groep zinnen die over hetzelfde deelonderwerp gaan. Een nieuwe alinea begint op een nieuwe regel.
In één alinea lees je bijvoorbeeld alles over de leefomgeving van een dier.
Een kopje is een korte titel boven een deel van een tekst. Het vertelt waar dat tekstgedeelte over gaat.
Boven een alinea over voedsel kan het kopje Wat eet een panda? staan.