๐Ÿงญ
๐Ÿ›ฃ๏ธ

Onderweg en plaatsen: spreekwoorden en gezegden

15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden over wegen, reizen, plekken en richting kiezen. In eenvoudige taal voor kinderen van ongeveer 10 jaar.

๐Ÿ›ฃ๏ธ
๐Ÿ›๏ธ

Er zijn meerdere manieren om hetzelfde doel te bereiken. *** Je kunt de som op twee manieren oplossen; [alle wegen leiden naar Rome]{.text-blue}.

Back
๐Ÿ›๏ธ
โณ

Grote of moeilijke dingen kosten tijd. *** Je hoeft niet meteen perfect te kunnen tekenen; [Rome is niet in รฉรฉn dag gebouwd]{.text-blue}.

Back
๐Ÿ”จ
๐Ÿ›ฃ๏ธ

Hard werken en laten zien waar je goed in bent. *** De jonge band timmerde [aan de weg]{.text-blue} met veel optredens.

Back
๐Ÿงญ
โ“

Niet meer weten wat je moet doen of waar je heen moet. *** Bij die moeilijke uitleg was ik even [de weg kwijt]{.text-blue}.

Back
โœ…
๐Ÿ›ฃ๏ธ

Goed bezig zijn en dichter bij je doel komen. *** Je som is nog niet af, maar je bent [op de goede weg]{.text-blue}.

Back
๐Ÿงญ
๐Ÿ‘‰

Iemand helpen door uit te leggen waarheen of hoe iets moet. *** De oudere leerling wees de brugklasser [de weg]{.text-blue} naar het lokaal.

Back
โ›ต
๐Ÿ˜•

Nergens goed bij passen en daardoor geen hulp krijgen. *** De taak was niet voor groep A of B, dus hij viel [tussen wal en schip]{.text-blue}.

Back
๐Ÿ“‰
๐ŸŒŠ

In een steeds slechtere situatie terechtkomen. *** Als je nooit meer oefent, kun je langzaam [aan lager wal raken]{.text-blue} met lezen.

Back
๐Ÿฆถ
๐ŸŒ

Ergens geaccepteerd worden of succes beginnen te krijgen. *** Het nieuwe idee kreeg langzaam [voet aan de grond]{.text-blue} in de klas.

Back
๐Ÿฆต
๐ŸŒ

Nuchter blijven en niet gaan opscheppen of dromen zonder plan. *** Ook na zijn prijs bleef hij [met beide benen op de grond staan]{.text-blue}.

Back
โ˜๏ธ
๐Ÿ˜ฎ

Heel verrast zijn omdat je iets niet zag aankomen. *** Toen de toets werd aangekondigd, kwam de klas [uit de lucht vallen]{.text-blue}.

Back
๐Ÿ›ถ
๐Ÿค

In dezelfde situatie zitten, vaak met hetzelfde probleem. *** Alle leerlingen waren hun gymspullen vergeten; ze zaten [in hetzelfde schuitje]{.text-blue}.

Back
๐Ÿšข
โŒ

Een nadeel hebben, verlies lijden of mislukken. *** Door de verkeerde gok ging het team [het schip in]{.text-blue}.

Back
๐ŸŒŠ
โœ…

Eerlijk en duidelijk zijn. *** Mijn oma is [recht door zee]{.text-blue}: ze zegt netjes maar eerlijk wat ze vindt.

Back
๐ŸŒŠ
๐Ÿ˜ฌ

Door een oplossing juist in een slechtere situatie komen. *** Door snel af te kijken raakte hij [van de wal in de sloot]{.text-blue}.

Back