Je oefent plussen en minnen waarbij je over een tiental gaat.
56 + 28 = ...
84
76 - 28 = ...
48
38 + 27 = ...
65
65 - 19 = ...
46
47 + 36 = ...
83
82 - 47 = ...
35
59 + 18 = ...
77
73 - 26 = ...
47
28 + 47 = ...
75
91 - 54 = ...
37
46 + 29 = ...
64 - 38 = ...
26
37 + 48 = ...
85
100 - 37 = ...
63
58 + 24 = ...
82
80 - 35 = ...
45
49 + 32 = ...
81
72 - 45 = ...
27
67 + 18 = ...
94 - 27 = ...
67