Nieuwkomers in Nederland: welke woorden moet je echt kennen? (deel 1)
Je leert en onthoudt de betekenis van de belangrijkste woorden voor nieuwkomers in Nederland. De woorden kunnen samen of alleen geoefend worden, in georganiseerd onderwijs of daarbuiten.
de gemeente
De organisatie die zaken in jouw stad of dorp regelt.
de taalles
Les waarin je Nederlands leert spreken, lezen en schrijven.
DigiD
Inlogmiddel om online dingen met de overheid te regelen.
de belastingdienst
Overheidsdienst die over belasting en toeslagen gaat.
112 (het noodnummer)
Telefoonnummer voor hulp van politie, brandweer of ambulance.
de politie
Dienst die zorgt voor veiligheid en regels controleert.
de ov-chipkaart
Kaart waarmee je betaalt in het openbaar vervoer.
het openbaar vervoer
Reizen met bus, trein, tram of metro.
de kinderopvang
Plek waar jonge kinderen worden opgevangen als ouders werken of leren.
de school
Plek waar kinderen (en soms volwassenen) leren.
het werk
De baan of taak waarvoor je betaald krijgt.
het contract
Een officieel papier met afspraken die je moet volgen.
de huur
Geld dat je elke maand betaalt voor je woning.
het salaris
Geld dat je krijgt voor je werk.
de bankrekening
Een rekening bij de bank waar je geld op staat.
de huisarts
Je eigen dokter in de buurt voor gewone medische problemen.
de zorgverzekering
Verzekering die helpt om dokters- en ziekenhuiskosten te betalen.
het formulier
Papier of digitaal document dat je moet invullen.
de verblijfsvergunning
Officieel papier dat zegt dat je in Nederland mag wonen.
de afspraak
Een gepland moment om iemand te zien of iets te regelen.
het paspoort
Een officieel document om mee te reizen en je identiteit te bewijzen.