Oefen in 15 compacte kaarten hoe Nederland wordt bestuurd: parlement, regering, kabinet, wetten, formatie, gemeenten, provincies en controle op macht.
De manier waarop bestuur en macht zijn georganiseerd. Het gaat om regels, instellingen en controle.
De Tweede Kamer maakt wetten en controleert de regering. Ze wordt rechtstreeks gekozen door burgers.
De Eerste Kamer keurt wetten goed of af. Ze kijkt vooral naar kwaliteit, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid.
Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Het voert beleid en bestuurt het land.
De regering bestaat uit koning en ministers. In de praktijk dragen ministers politieke verantwoordelijkheid.
Ministers zijn politiek verantwoordelijk voor beleid en koning. Het parlement kan hen daarop aanspreken.
Een samenwerking van partijen die samen willen regeren. Ze steunen meestal hetzelfde kabinet.
Partijen buiten de regering vormen de oppositie. Zij controleren, bekritiseren en bieden alternatieven.
Partijen onderhandelen over een nieuw kabinet. Ze maken afspraken over beleid en samenwerking.
Regering of Tweede Kamer doet een voorstel. Tweede en Eerste Kamer moeten het aannemen.
Geeft advies over wetsvoorstellen en bestuurt rechtspraak in bestuurszaken. Een belangrijke juridische waakhond.
De gemeente regelt lokale zaken. Denk aan wonen, afval, jeugdzorg, vergunningen en openbare ruimte.
De provincie kijkt naar regionale belangen. Bijvoorbeeld natuur, wegen, ruimte en toezicht op gemeenten.
Een waterschap beheert water, dijken en waterkwaliteit. In Nederland is waterbeheer politiek belangrijk.
Je weet wie beslist en wie je kunt aanspreken. Dat maakt politieke invloed concreter.