Leer de belangrijkste woorden, plekken en begrippen die je tegenkomt als je Nijmegen bezoekt. Ideaal voor nieuwe bewoners, bezoekers of iedereen die de stad beter wil leren kennen.
De Waalbrug is een grote boog over het water waar auto's en fietsen overheen gaan. --- We fietsen over de [Waalbrug]{.text-blue} naar de stad.
De Radboud is een bekende universiteit en ziekenhuis in de stad. --- Mijn tante werkt bij [Radboud]{.text-blue}.
De Kaaij is een gezellige plek aan het water met muziek en eten in de zomer. --- We eten een ijsje bij de [Kaaij]{.text-blue}.
Het Goffertpark is een groot groen park waar je kunt spelen en concerten zijn. --- We picknicken in het [Goffertpark]{.text-blue}.
De Stevenskerk is een oude kerk die midden in de stad staat. --- We lopen langs de [Stevenskerk]{.text-blue}.
De Waalkade is een mooie plek langs het water om te wandelen en te kijken naar boten. --- We eten een ijsje aan de [Waalkade]{.text-blue}.
De Hertogstraat is een straat met veel leuke winkels en terrasjes. --- Mama koopt een jurk in de [Hertogstraat]{.text-blue}.
De Opoe Sientje is een oude boot waar je kunt slapen en ontbijten. --- We logeren op [Opoe Sientje]{.text-blue}.
Het Mariken van Nieumeghen is een beroemd beeld van een meisje op de Grote Markt. --- We maken een foto bij [Mariken van Nieumeghen]{.text-blue}.
De Grote Markt is het grote plein in het centrum van de stad. --- We eten frietjes op de [Grote Markt]{.text-blue}.
Het Honigcomplex is een oude fabriek waar nu leuke dingen te doen zijn. --- We gaan naar een feestje in het [Honigcomplex]{.text-blue}.
De Lent is een wijk aan de overkant van de rivier. --- Mijn vriend woont in [Lent]{.text-blue}.
De Oversteek is een moderne brug over de rivier. --- We rijden over [De Oversteek]{.text-blue} naar huis.
Het Kronenburgerpark is een park met een grote vijver en dieren. --- We voeren de eendjes in het [Kronenburgerpark]{.text-blue}.
Het Valkhof is een park met oude ruΓ―nes en een mooi uitzicht. --- We spelen bij het [Valkhof]{.text-blue}.
De Stadsbrouwerij is een plek waar ze speciaal bier maken. --- Papa drinkt een biertje bij de [Stadsbrouwerij]{.text-blue}.
De fietsenstalling is een plek waar je je fiets veilig kunt neerzetten. --- We zetten onze fietsen in de [fietsenstalling]{.text-blue}.
De Stadsschouwburg is een groot gebouw waar je naar toneel en muziek kunt kijken. --- We gaan naar een voorstelling in de [Stadsschouwburg]{.text-blue}.
De Molenstraat is een straat waar veel mensen uitgaan en feesten. --- Mijn broer danst in de [Molenstraat]{.text-blue}.
De Waal is de grote rivier die langs de stad stroomt. --- We varen met een boot op de [Waal]{.text-blue}.
De Bieb is een plek waar je boeken kunt lenen en lezen. --- Ik haal een boek bij [de Bieb]{.text-blue}.
De Wedren is een groot plein waar de Vierdaagse begint. --- We verzamelen op [de Wedren]{.text-blue}.
De Lindenberg is een plek waar je muziek, dans en kunstlessen kunt volgen. --- Mijn zusje zingt bij [de Lindenberg]{.text-blue}.
De Waalsprong is een nieuw deel van de stad aan de overkant van de rivier. --- We wonen in [de Waalsprong]{.text-blue}.
De Goffert is het grote voetbalstadion van de stad. --- We juichen voor NEC in [de Goffert]{.text-blue}.
De NEC is de voetbalclub van Nijmegen. --- Mijn buurman is fan van [NEC]{.text-blue}.
De Molen is een gebouw met wieken dat graan maalt tot meel. --- We kijken naar de wieken van [de Molen]{.text-blue}.
De Ooijpolder is een natuurgebied met veel vogels en weilanden. --- We wandelen in de [Ooijpolder]{.text-blue}.
De Vierdaagse is een groot wandelfeest dat elk jaar in de zomer is. --- Mijn oom loopt mee met de [Vierdaagse]{.text-blue}.
Het Nimweegs is de taal die mensen in deze stad soms spreken. --- In Nijmegen hoor je soms mensen [Nimweegs]{.text-blue} praten.
De Waalbrug is een grote boog over het water waar auto's en fietsen overheen gaan.
We fietsen over de Waalbrug naar de stad.
De Radboud is een bekende universiteit en ziekenhuis in de stad.
Mijn tante werkt bij Radboud.
De Kaaij is een gezellige plek aan het water met muziek en eten in de zomer.
We eten een ijsje bij de Kaaij.
Het Goffertpark is een groot groen park waar je kunt spelen en concerten zijn.
We picknicken in het Goffertpark.
De Stevenskerk is een oude kerk die midden in de stad staat.
We lopen langs de Stevenskerk.
De Waalkade is een mooie plek langs het water om te wandelen en te kijken naar boten.
We eten een ijsje aan de Waalkade.
De Hertogstraat is een straat met veel leuke winkels en terrasjes.
Mama koopt een jurk in de Hertogstraat.
De Opoe Sientje is een oude boot waar je kunt slapen en ontbijten.
We logeren op Opoe Sientje.
Het Mariken van Nieumeghen is een beroemd beeld van een meisje op de Grote Markt.
We maken een foto bij Mariken van Nieumeghen.
De Grote Markt is het grote plein in het centrum van de stad.
We eten frietjes op de Grote Markt.
Het Honigcomplex is een oude fabriek waar nu leuke dingen te doen zijn.
We gaan naar een feestje in het Honigcomplex.
De Lent is een wijk aan de overkant van de rivier.
Mijn vriend woont in Lent.
De Oversteek is een moderne brug over de rivier.
We rijden over De Oversteek naar huis.
Het Kronenburgerpark is een park met een grote vijver en dieren.
We voeren de eendjes in het Kronenburgerpark.
Het Valkhof is een park met oude ruΓ―nes en een mooi uitzicht.
We spelen bij het Valkhof.
De Stadsbrouwerij is een plek waar ze speciaal bier maken.
Papa drinkt een biertje bij de Stadsbrouwerij.
De fietsenstalling is een plek waar je je fiets veilig kunt neerzetten.
We zetten onze fietsen in de fietsenstalling.
De Stadsschouwburg is een groot gebouw waar je naar toneel en muziek kunt kijken.
We gaan naar een voorstelling in de Stadsschouwburg.
De Molenstraat is een straat waar veel mensen uitgaan en feesten.
Mijn broer danst in de Molenstraat.
De Waal is de grote rivier die langs de stad stroomt.
We varen met een boot op de Waal.
De Bieb is een plek waar je boeken kunt lenen en lezen.
Ik haal een boek bij de Bieb.
De Wedren is een groot plein waar de Vierdaagse begint.
We verzamelen op de Wedren.
De Lindenberg is een plek waar je muziek, dans en kunstlessen kunt volgen.
Mijn zusje zingt bij de Lindenberg.
De Waalsprong is een nieuw deel van de stad aan de overkant van de rivier.
We wonen in de Waalsprong.
De Goffert is het grote voetbalstadion van de stad.
We juichen voor NEC in de Goffert.
De NEC is de voetbalclub van Nijmegen.
Mijn buurman is fan van NEC.
De Molen is een gebouw met wieken dat graan maalt tot meel.
We kijken naar de wieken van de Molen.
De Ooijpolder is een natuurgebied met veel vogels en weilanden.
We wandelen in de Ooijpolder.
De Vierdaagse is een groot wandelfeest dat elk jaar in de zomer is.
Mijn oom loopt mee met de Vierdaagse.
Het Nimweegs is de taal die mensen in deze stad soms spreken.
In Nijmegen hoor je soms mensen Nimweegs praten.