Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar het park en de speeltuin'.
Een [park]{.text-blue} is een groen gebied in of bij een woonplaats waar mensen kunnen wandelen, ontspannen en spelen. *** Op zondag maken we een wandeling door het [park]{.text-blue}.
Een [speeltuin]{.text-blue} is een plek met toestellen waarop kinderen kunnen spelen. *** Na school gaan we naar de [speeltuin]{.text-blue}.
Een [wandelpad]{.text-blue} is een smalle route die bedoeld is voor mensen die te voet gaan. *** Het [wandelpad]{.text-blue} loopt rondom de vijver.
Een [grasveld]{.text-blue} is een open stuk grond dat met gras is begroeid. *** Op het [grasveld]{.text-blue} spelen kinderen met een bal.
Een [vijver]{.text-blue} is een kleine, aangelegde of natuurlijke waterplas. *** In de [vijver]{.text-blue} zwemmen eenden en vissen.
Een [parkbank]{.text-blue} is een zitbank in een park of andere openbare buitenruimte. *** We rusten even uit op een [parkbank]{.text-blue} onder de boom.
Een [picknick]{.text-blue} is een maaltijd die buiten wordt gegeten, vaak op een kleed of aan een tafel. *** Voor de [picknick]{.text-blue} nemen we broodjes en fruit mee.
Een [picknicktafel]{.text-blue} is een buitentafel met vaste banken waaraan mensen kunnen eten. *** We eten onze lunch aan de [picknicktafel]{.text-blue}.
Een [speeltoestel]{.text-blue} is een constructie waarop kinderen kunnen klimmen, glijden, schommelen of spelen. *** Het nieuwe [speeltoestel]{.text-blue} heeft een glijbaan en een klimwand.
Een [schommel]{.text-blue} is een hangend zitje dat heen en weer kan bewegen. *** Op de [schommel]{.text-blue} zwaai ik steeds hoger.
Een [glijbaan]{.text-blue} is een schuine, gladde baan waarlangs je naar beneden kunt glijden. *** Het kind klimt omhoog en roetsjt van de [glijbaan]{.text-blue}.
Een [wip]{.text-blue} is een lange plank die rond een steunpunt op en neer beweegt wanneer kinderen aan beide kanten zitten. *** Twee kinderen spelen samen op de [wip]{.text-blue}.
Een [klimrek]{.text-blue} is een toestel met stangen, touwen of netten waarop kinderen kunnen klimmen. *** Ik klim tot boven in het [klimrek]{.text-blue}.
Een [zandbak]{.text-blue} is een afgebakende bak met zand waarin kinderen kunnen spelen. *** In de [zandbak]{.text-blue} bouwen we een groot kasteel.
Een [speelveld]{.text-blue} is een open terrein dat bedoeld is voor sport en spel. *** Op het [speelveld]{.text-blue} doen we een tikspel.
Een [fontein]{.text-blue} is een voorziening waar water omhoog of naar buiten wordt gespoten. *** Bij de [fontein]{.text-blue} maken we een foto.
Een [prullenbak]{.text-blue} is een bak waarin afval wordt weggegooid. *** Na de picknick gooien we het afval in de [prullenbak]{.text-blue}.
Een [hondenuitlaatplek]{.text-blue} is een aangewezen gebied waar honden mogen wandelen en soms loslopen. *** Mijn buurman loopt met zijn hond naar de [hondenuitlaatplek]{.text-blue}.
Een [bloemperk]{.text-blue} is een afgebakend stuk grond waarin bloemen zijn geplant. *** In het [bloemperk]{.text-blue} bloeien tulpen en narcissen.
Een [recreatiegebied]{.text-blue} is een terrein dat is ingericht voor ontspanning, sport en vrijetijdsbesteding. *** In het [recreatiegebied]{.text-blue} kun je wandelen, fietsen en spelen.
Een park is een groen gebied in of bij een woonplaats waar mensen kunnen wandelen, ontspannen en spelen.
Op zondag maken we een wandeling door het park.
Een speeltuin is een plek met toestellen waarop kinderen kunnen spelen.
Na school gaan we naar de speeltuin.
Een wandelpad is een smalle route die bedoeld is voor mensen die te voet gaan.
Het wandelpad loopt rondom de vijver.
Een grasveld is een open stuk grond dat met gras is begroeid.
Op het grasveld spelen kinderen met een bal.
Een vijver is een kleine, aangelegde of natuurlijke waterplas.
In de vijver zwemmen eenden en vissen.
Een parkbank is een zitbank in een park of andere openbare buitenruimte.
We rusten even uit op een parkbank onder de boom.
Een picknick is een maaltijd die buiten wordt gegeten, vaak op een kleed of aan een tafel.
Voor de picknick nemen we broodjes en fruit mee.
Een picknicktafel is een buitentafel met vaste banken waaraan mensen kunnen eten.
We eten onze lunch aan de picknicktafel.
Een speeltoestel is een constructie waarop kinderen kunnen klimmen, glijden, schommelen of spelen.
Het nieuwe speeltoestel heeft een glijbaan en een klimwand.
Een schommel is een hangend zitje dat heen en weer kan bewegen.
Op de schommel zwaai ik steeds hoger.
Een glijbaan is een schuine, gladde baan waarlangs je naar beneden kunt glijden.
Het kind klimt omhoog en roetsjt van de glijbaan.
Een wip is een lange plank die rond een steunpunt op en neer beweegt wanneer kinderen aan beide kanten zitten.
Twee kinderen spelen samen op de wip.
Een klimrek is een toestel met stangen, touwen of netten waarop kinderen kunnen klimmen.
Ik klim tot boven in het klimrek.
Een zandbak is een afgebakende bak met zand waarin kinderen kunnen spelen.
In de zandbak bouwen we een groot kasteel.
Een speelveld is een open terrein dat bedoeld is voor sport en spel.
Op het speelveld doen we een tikspel.
Een fontein is een voorziening waar water omhoog of naar buiten wordt gespoten.
Bij de fontein maken we een foto.
Een prullenbak is een bak waarin afval wordt weggegooid.
Na de picknick gooien we het afval in de prullenbak.
Een hondenuitlaatplek is een aangewezen gebied waar honden mogen wandelen en soms loslopen.
Mijn buurman loopt met zijn hond naar de hondenuitlaatplek.
Een bloemperk is een afgebakend stuk grond waarin bloemen zijn geplant.
In het bloemperk bloeien tulpen en narcissen.
Een recreatiegebied is een terrein dat is ingericht voor ontspanning, sport en vrijetijdsbesteding.
In het recreatiegebied kun je wandelen, fietsen en spelen.