Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp 'naar de tandarts'.
Een [tandarts]{.text-blue} is een zorgverlener die het gebit controleert en behandelt. *** Ik ga twee keer per jaar voor controle naar de [tandarts]{.text-blue}.
Een [tandartspraktijk]{.text-blue} is de plek waar tandartsen en hun medewerkers patiënten ontvangen. *** De [tandartspraktijk]{.text-blue} ligt vlak bij mijn school.
Een [tandartsassistent]{.text-blue} is een medewerker die de tandarts helpt tijdens controles en behandelingen. *** De [tandartsassistent]{.text-blue} legt de instrumenten klaar.
Een [gebit]{.text-blue} bestaat uit alle tanden en kiezen in je mond. *** De tandarts controleert mijn hele [gebit]{.text-blue}.
Een [tand]{.text-blue} is een hard deel voor in je mond waarmee je voedsel kunt afbijten. *** Mijn voorste [tand]{.text-blue} zit een beetje los.
Een [kies]{.text-blue} is een brede tand achter in je mond waarmee je voedsel fijnmaalt. *** De tandarts bekijkt de pijnlijke [kies]{.text-blue} achter in mijn mond.
Het [tandvlees]{.text-blue} is het zachte weefsel rondom de tanden en kiezen. *** Gezond [tandvlees]{.text-blue} is stevig en bloedt niet snel.
Een [controle]{.text-blue} is een afspraak waarbij wordt nagekeken of alles in orde is. *** Tijdens de [controle]{.text-blue} bekijkt de tandarts al mijn tanden.
Een [behandelstoel]{.text-blue} is een verstelbare stoel waarin je ligt tijdens een tandartsbehandeling. *** Ik ga achterover liggen in de [behandelstoel]{.text-blue}.
Een [mondspiegel]{.text-blue} is een klein spiegeltje waarmee de tandarts moeilijk zichtbare plekken in de mond bekijkt. *** Met de [mondspiegel]{.text-blue} kijkt de tandarts achter mijn kiezen.
[Tandplak]{.text-blue} is een dun, kleverig laagje met bacteriën dat op tanden ontstaat. *** Goed poetsen helpt om [tandplak]{.text-blue} te verwijderen.
[Tandsteen]{.text-blue} is hard geworden tandplak dat stevig aan tanden of kiezen vastzit. *** De mondhygiënist verwijdert het [tandsteen]{.text-blue}.
Een [gaatje]{.text-blue} is een beschadigde plek in een tand of kies die door tandbederf is ontstaan. *** De tandarts ontdekt een klein [gaatje]{.text-blue} in mijn kies.
Een [vulling]{.text-blue} is materiaal waarmee een gaatje in een tand of kies wordt opgevuld. *** Na het schoonmaken krijgt mijn kies een [vulling]{.text-blue}.
[Boren]{.text-blue} bij de tandarts is beschadigd materiaal uit een tand of kies verwijderen met een klein instrument. *** De tandarts moet voorzichtig [boren]{.text-blue} om het gaatje schoon te maken.
Een [mondhygiënist]{.text-blue} is een zorgverlener die helpt het gebit en tandvlees gezond te houden. *** De [mondhygiënist]{.text-blue} geeft mij tips voor beter poetsen.
[Flossen]{.text-blue} is de ruimte tussen tanden en kiezen schoonmaken met tanddraad. *** Met tanddraad ga ik voorzichtig [flossen]{.text-blue}.
[Tandenpoetsen]{.text-blue} is je tanden en kiezen schoonmaken met een tandenborstel en tandpasta. *** Goed [tandenpoetsen]{.text-blue} doe je elke ochtend en avond.
[Fluoride]{.text-blue} is een stof die het tandglazuur sterker maakt en helpt beschermen tegen gaatjes. *** In mijn tandpasta zit [fluoride]{.text-blue}.
Een [wortelkanaalbehandeling]{.text-blue} is een behandeling waarbij ontstoken weefsel uit het binnenste van een tand of kies wordt verwijderd. *** De tandarts legt uit waarom een [wortelkanaalbehandeling]{.text-blue} nodig is.
Een tandarts is een zorgverlener die het gebit controleert en behandelt.
Ik ga twee keer per jaar voor controle naar de tandarts.
Een tandartspraktijk is de plek waar tandartsen en hun medewerkers patiënten ontvangen.
De tandartspraktijk ligt vlak bij mijn school.
Een tandartsassistent is een medewerker die de tandarts helpt tijdens controles en behandelingen.
De tandartsassistent legt de instrumenten klaar.
Een gebit bestaat uit alle tanden en kiezen in je mond.
De tandarts controleert mijn hele gebit.
Een tand is een hard deel voor in je mond waarmee je voedsel kunt afbijten.
Mijn voorste tand zit een beetje los.
Een kies is een brede tand achter in je mond waarmee je voedsel fijnmaalt.
De tandarts bekijkt de pijnlijke kies achter in mijn mond.
Het tandvlees is het zachte weefsel rondom de tanden en kiezen.
Gezond tandvlees is stevig en bloedt niet snel.
Een controle is een afspraak waarbij wordt nagekeken of alles in orde is.
Tijdens de controle bekijkt de tandarts al mijn tanden.
Een behandelstoel is een verstelbare stoel waarin je ligt tijdens een tandartsbehandeling.
Ik ga achterover liggen in de behandelstoel.
Een mondspiegel is een klein spiegeltje waarmee de tandarts moeilijk zichtbare plekken in de mond bekijkt.
Met de mondspiegel kijkt de tandarts achter mijn kiezen.
Tandplak is een dun, kleverig laagje met bacteriën dat op tanden ontstaat.
Goed poetsen helpt om tandplak te verwijderen.
Tandsteen is hard geworden tandplak dat stevig aan tanden of kiezen vastzit.
De mondhygiënist verwijdert het tandsteen.
Een gaatje is een beschadigde plek in een tand of kies die door tandbederf is ontstaan.
De tandarts ontdekt een klein gaatje in mijn kies.
Een vulling is materiaal waarmee een gaatje in een tand of kies wordt opgevuld.
Na het schoonmaken krijgt mijn kies een vulling.
Boren bij de tandarts is beschadigd materiaal uit een tand of kies verwijderen met een klein instrument.
De tandarts moet voorzichtig boren om het gaatje schoon te maken.
Een mondhygiënist is een zorgverlener die helpt het gebit en tandvlees gezond te houden.
De mondhygiënist geeft mij tips voor beter poetsen.
Flossen is de ruimte tussen tanden en kiezen schoonmaken met tanddraad.
Met tanddraad ga ik voorzichtig flossen.
Tandenpoetsen is je tanden en kiezen schoonmaken met een tandenborstel en tandpasta.
Goed tandenpoetsen doe je elke ochtend en avond.
Fluoride is een stof die het tandglazuur sterker maakt en helpt beschermen tegen gaatjes.
In mijn tandpasta zit fluoride.
Een wortelkanaalbehandeling is een behandeling waarbij ontstoken weefsel uit het binnenste van een tand of kies wordt verwijderd.
De tandarts legt uit waarom een wortelkanaalbehandeling nodig is.