Je leert en onthoudt de belangrijkste woorden bij het onderwerp ânaar de bibliotheekâ.
Een plek waar je boeken kunt lenen, lezen en terugbrengen.
Wij gaan naar de bibliotheek om nieuwe boeken te zoeken.
Alle boeken, tijdschriften en films die een bibliotheek heeft.
De collectie van deze bibliotheek is erg groot.
Een lijst of systeem waarin je kunt opzoeken welke boeken de bibliotheek heeft.
Ik zoek in de catalogus of ze dit boek hebben.
De persoon die het boek heeft geschreven.
Wie is de auteur van dit interessante boek?
Een dun boekje dat elke week of maand uitkomt met nieuws en artikelen. *** Ik lees graag een [tijdschrift]{.text-blue} over reizen in de leeshoek.
Een boek dat is voorgelezen en waar je naar kunt luisteren.
Ik luister in de auto graag naar een luisterboek.
Een boek dat je niet mag lenen, maar alleen in de bibliotheek mag inkijken. *** Dit woordenboek is een [naslagwerk]{.text-blue} en mag niet mee naar huis.
Het gedeelte van de bibliotheek met boeken speciaal voor kinderen en jongeren. *** Op de [jeugdafdeling]{.text-blue} staan veel leuke prentenboeken.
De plek waar je medewerkers vragen kunt stellen over boeken of de bibliotheek. *** Bij de [informatiebalie]{.text-blue} helpen ze je graag met zoeken.
Een rustige plaats in de bibliotheek waar je kunt leren of werken.
Er is nog een studieplek vrij bij het raam.
Een plank in de kast waar de boeken op staan.
De boekenplank staat vol met spannende verhalen.
Dat je lid bent van de bibliotheek zodat je boeken mag lenen.
Met mijn lidmaatschap kan ik gratis boeken uitkiezen.
Het pasje dat je nodig hebt om boeken te lenen bij de bibliotheek.
Je moet je bibliotheekpas scannen bij de automaat.
Dat je iets mag meenemen en later weer moet terugbrengen.
Ik mag dit boek drie weken lenen.
Dat je een boek apart laat leggen omdat het nu door iemand anders wordt geleend. *** Ik heb een [reservering]{.text-blue} geplaatst voor de nieuwste thriller.
De periode dat je een boek thuis mag houden.
De uitleentermijn van dit boek is drie weken.
Dat je een boek langer mag houden dan de afgesproken tijd.
Ik heb het boek nog niet uit, dus ik ga het verlengen.
Het terugbrengen van de boeken die je hebt geleend.
Vergeet niet je boeken op tijd in te leveren.
Een machine waar je zelf je geleende boeken kunt inleveren.
Leg je boeken ÊÊn voor ÊÊn op de inleverautomaat.
Geld dat je moet betalen als je een boek te laat terugbrengt.
Omdat ik te laat was met inleveren, kreeg ik een boete.
Een dun boekje dat elke week of maand uitkomt met nieuws en artikelen.
Ik lees graag een tijdschrift over reizen in de leeshoek.
Een boek dat je niet mag lenen, maar alleen in de bibliotheek mag inkijken.
Dit woordenboek is een naslagwerk en mag niet mee naar huis.
Het gedeelte van de bibliotheek met boeken speciaal voor kinderen en jongeren.
Op de jeugdafdeling staan veel leuke prentenboeken.
De plek waar je medewerkers vragen kunt stellen over boeken of de bibliotheek.
Bij de informatiebalie helpen ze je graag met zoeken.
Dat je een boek apart laat leggen omdat het nu door iemand anders wordt geleend.
Ik heb een reservering geplaatst voor de nieuwste thriller.