Leer en onthoud met 15 compacte kaarten hoe bronnen, framing en desinformatie werken in publieke debatten.
Media kunnen begrijpen, beoordelen en gebruiken. Het gaat om bronnen, invloed en betrouwbaarheid.
Informatie op een bepaalde manier presenteren. Het kader beïnvloedt hoe mensen iets begrijpen.
Controleren wie iets zegt, waarop het steunt en welk belang meespeelt. Niet elke bron is gelijk.
Bewust misleidende informatie. Het kan vertrouwen, verkiezingen en gezondheid ondermijnen.
Onjuiste informatie zonder bewuste misleiding. Fouten kunnen toch grote gevolgen hebben.
Communicatie bedoeld om overtuigingen of gedrag te sturen. Vaak eenzijdig en emotioneel geladen.
Een prikkelende titel om klikken te lokken. Aandacht wordt belangrijker dan nuance.
Claims controleren met betrouwbare bronnen. Het helpt feiten van meningen scheiden.
Je zoekt vooral bevestiging van wat je al denkt. Tegenspraak voelt dan minder overtuigend.
Je ziet vooral informatie die bij jou past. Algoritmes en eigen keuzes versterken dat.
Ze bepalen mede wat je ziet. Daarmee sturen ze aandacht, debat en soms overtuigingen.
Iedereen kan publiceren en verspreiden. Dat vergroot stemmen én risico op ruis.
Journalistiek controleert macht en onderzoekt feiten. Zonder persvrijheid blijft misbruik sneller verborgen.
Feiten zijn controleerbaar; meningen zijn waarderingen. Goed debat houdt die uit elkaar.
Publieke keuzes hangen af van informatie. Wie media begrijpt, praat sterker mee.