Deze flashcardset biedt een kritische blik op de betrouwbaarheid en beperkingen van effectonderzoek in het onderwijs. Ideaal voor leraren, opleiders en studenten die evidence-informed willen werken met oog voor nuance en context. Bron: Van der Zee (2024)
Behandel evidence als leidraad, niet als onfeilbare waarheid; combineer onderzoek met professionele oordeelsvorming en contextkennis. Bron: Van der Zee (2024)
“Kritisch denken met en over onderwijsonderzoek” — om studenten te leren omgaan met onzekerheid in evidence. Bron: Van der Zee (2024)
Meer dan 50% van de onderzoekers geeft toe minstens één dubieuze praktijk te hebben toegepast; 1 op 18 erkent zelfs data te hebben gefabriceerd of vervalst. Bron: Van der Zee (2024)
Effecten worden gemiddeld 1,5× groter (≈ 70% hogere leerresultaten) wanneer de ontwikkelaar meedoet aan het onderzoek. Bron: Van der Zee (2024)
Wanneer 73 teams dezelfde dataset analyseren, lopen resultaten van groot negatief tot groot positief effect — zonder dat analysekeuzes het kunnen verklaren. Bron: Van der Zee (2024)
Effectschattingen variëren sterk en zijn moeilijk te herleiden tot kwaliteit of ontwerpkeuzes; generaliseerbaarheid van losse experimenten is dus beperkt. Bron: Van der Zee (2024)
Groot veld-bewijs ontbreekt; de weinige grootschalige studies tonen weinig, geen of zelfs negatieve effecten wanneer leraren ze toepassen. Bron: Van der Zee (2024)
Ze hebben te weinig statistische power: effecten zijn klein en variabel, waardoor betekenisvolle conclusies ontbreken. Bron: Van der Zee (2024)
Gemiddeld worden effecten met 52 % opgeblazen door power-tekort en selectieve rapportage. Bron: Van der Zee (2024)
Negatieve resultaten verdwijnen uit tijdschriften, waardoor de literatuur systematisch te positief is over interventies. Bron: Van der Zee (2024)
Ja—meta-analyses rapporteren tot drie keer grotere effecten dan grootschalige replicaties, mede door p-hacking en bias. Bron: Van der Zee (2024)
£ 115 miljoen; maar als studies weinig zeggen, rijst de vraag naar de kosteneffectiviteit van zulke investeringen. Bron: Van der Zee (2024)
Deze evidence-based strategieën komen vrijwel niet voor, wat de kloof tussen onderzoek en opleiding illustreert. Bron: Van der Zee (2024)
Onderwijs zou te vaak ideologie en intuïtie verkiezen boven bewezen effectiviteit—een stelling die Van der Zee kritisch nuanceert. Bron: Van der Zee (2024)
Kleine, positief ogende RCT’s overschatten systematisch hun effecten, waardoor interventies rooskleuriger lijken dan ze zijn. Bron: Van der Zee (2024)
Het bevorderen van een realistischer kijk op onderwijseffectiviteit en het stimuleren van dialoog in lerarenopleidingen. Bron: Van der Zee (2024)
Hij bepleit juist méér wetenschappelijk geïnformeerd denken — maar dan mét aandacht voor beperkingen en context. Bron: Van der Zee (2024)
Als bevindingen zelden worden herhaald, is expertise minder zeker dan gedacht; praktijk moet dus kritisch blijven. Bron: Van der Zee (2024)
Slechts 1 op de 500 publicaties is een replicatieonderzoek — veel te weinig om bevindingen te bevestigen. Bron: Van der Zee (2024)
Wetenschappelijke nederigheid: systematisch oog hebben voor beperkingen, onzekerheden, ruis en complexiteit. Bron: Van der Zee (2024)