Je leert en onthoudt wat een bijvoeglijk naamwoord is en hoe je het kunt gebruiken.
Een [bijvoeglijk naamwoord]{.text-blue} zegt iets extraβs over een mens, dier of ding. *** In de [rode]{.text-blue} fiets vertelt [rode]{.text-blue} meer over de fiets.
Een [bijvoeglijk naamwoord]{.text-blue} hoort vaak bij een zelfstandig naamwoord. *** In een [kleine]{.text-blue} tafel hoort [kleine]{.text-blue} bij tafel.
Ja, dan krijgt het geen extra -e. Het staat dan vaak na een koppelwerkwoord.
De fiets is rood (niet: rode).
Ja, na een de-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord altijd een -e. *** De [grote]{.text-blue} hond, een [grote]{.text-blue} hond.
Ja, soms krijgt het geen -e. *** Het [mooi]{.text-blue}e huis (met -e), maar: een [mooi]{.text-blue} huis (zonder -e).
Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het meervoud altijd een extra -e. *** De [grote]{.text-blue} honden, [kleine]{.text-blue} huizen.
Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord wΓ©l een extra -e. *** Mijn [oude]{.text-blue} boek, jouw [nieuwe]{.text-blue} huis.
Ja, als het direct voor de naam staat ter beschrijving. *** De [brave]{.text-blue} Jasper, de [kleine]{.text-blue} Emma.
Het vertelt van welke stof iets is gemaakt. Het eindigt vaak op -en.
De houten tafel is gemaakt van hout.
De medeklinker wordt verdubbeld als er een -e achter komt. *** [Dik]{.text-blue} wordt [dikke]{.text-blue}, [dun]{.text-blue} wordt [dunne]{.text-blue}.
De spelling verandert volgens de regels voor open en gesloten lettergrepen.
Groo-t wordt grote (één o vervalt).
Wanneer er een -e achter komt, verandert de f vaak in een v en de s in een z. *** [Lief]{.text-blue} wordt [lieve]{.text-blue}, [boos]{.text-blue} wordt [boze]{.text-blue}.
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets extraβs over een mens, dier of ding.
In de rode fiets vertelt rode meer over de fiets.
Een bijvoeglijk naamwoord hoort vaak bij een zelfstandig naamwoord.
In een kleine tafel hoort kleine bij tafel.
Ja, na een de-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord altijd een -e.
De grote hond, een grote hond.
Ja, soms krijgt het geen -e.
Het mooie huis (met -e), maar: een mooi huis (zonder -e).
Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in het meervoud altijd een extra -e.
De grote honden, kleine huizen.
Dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord wΓ©l een extra -e.
Mijn oude boek, jouw nieuwe huis.
Ja, als het direct voor de naam staat ter beschrijving.
De brave Jasper, de kleine Emma.
De medeklinker wordt verdubbeld als er een -e achter komt.
Dik wordt dikke, dun wordt dunne.
Wanneer er een -e achter komt, verandert de f vaak in een v en de s in een z.
Lief wordt lieve, boos wordt boze.