Oefen in 15 compacte kaarten de kern van democratie en rechtsstaat: verkiezingen, grondrechten, machtenscheiding, onafhankelijke rechtspraak en waarom die spelregels ertoe doen.
Een bestuursvorm waarin burgers invloed hebben op macht. Meestal via verkiezingen en vertegenwoordigers.
Een staat waarin ook de overheid zich aan het recht moet houden. Burgers worden beschermd tegen willekeur.
Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn gescheiden. Zo controleert macht andere macht.
Burgers kunnen machthebbers kiezen of wegstemmen. Dat maakt politieke macht tijdelijk en controleerbaar.
Basisrechten van burgers tegenover overheid en samenleving. Denk aan vrijheid, gelijkheid en privacy.
Journalisten kunnen macht onderzoeken en bekritiseren. Zonder vrije pers blijft misbruik sneller verborgen.
Rechters beslissen zonder druk van regering of politiek. Dat beschermt burgers en minderheden.
Het idee van drie machten: wetgeving, bestuur en rechtspraak. Bedoeld om machtsmisbruik te voorkomen.
Een directe stemming van burgers over een voorstel. Het geeft directe invloed, maar vereenvoudigt vaak complexe keuzes.
De grondwet legt basisregels en rechten vast. Ze begrenst wat overheid en politiek mogen doen.
Het parlement controleert regering en ministers. Vragen, debatten en moties houden bestuur scherp.
Democratie is meer dan meerderheid wint. Minderheden moeten beschermd blijven tegen onderdrukking.
Democratie kan verdwijnen als instituties worden uitgehold. Rechtsstaat en vrije media zijn dus geen luxe.
Meer veiligheid kan grondrechten beperken. Politiek draait dan om proportionaliteit en controle.
Regels werken alleen als mensen ze respecteren. Vertrouwen, debat en controle houden democratie levend.