Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 48. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Bosnisch-Servische troepen veroverden de VN-enclave en vermoordden duizenden Bosniak-mannen en -jongens.
Militairen uit verschillende landen proberen namens de Verenigde Naties vredesafspraken te bewaken en burgers te beschermen.
Vredestroepen mochten vaak alleen geweld gebruiken uit zelfverdediging en hadden daardoor weinig ruimte om burgers actief te verdedigen.
Na het uiteenvallen van Joegoslavië vanaf 1991 brak strijd uit tussen verschillende staten en bevolkingsgroepen.
De VN-Veiligheidsraad verklaarde de stad in 1993 tot enclave waar Bosniakken bescherming moesten krijgen.
Een Nederlands VN-bataljon dat vanaf 1994 de veilige enclave Srebrenica moest bewaken.
De militairen waren lichtbewapend, hadden weinig middelen en werden door Bosnisch-Servische troepen geblokkeerd en geïntimideerd.
De Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladić; zijn troepen begonnen op 6 juli en namen de stad op 11 juli 1995 in.
Mannen en jongens werden van vrouwen, kinderen en ouderen gescheiden en weggevoerd.
De Bosnisch-Servische troepen vermoordden doelbewust vrijwel alle gevangengenomen Bosniak-mannen en -jongens om de bevolkingsgroep te vernietigen.
Op het herinneringsmonument in Potočari staan 8.372 namen.
Of Dutchbat, de Nederlandse regering en de VN meer hadden kunnen of moeten doen om de enclave te beschermen.
De VN-opdracht was onduidelijk en met de beschikbare middelen vrijwel niet uitvoerbaar: een ‘mission impossible’.
Na publicatie van het NIOD-rapport nam premier Wim Kok de politieke verantwoordelijkheid voor de Nederlandse rol.
Vredesmissies worden strenger beoordeeld op mandaat, middelen en bewapening; nabestaanden en veteranen blijven leven met verlies, vragen en trauma.