Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 30. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
De Grondwet is de belangrijkste wet van een staat en legt vast hoe het land wordt bestuurd.
Onder meer de rollen van koning, ministers, parlement, rechters, provincies en gemeenten.
Andere wetten mogen niet in strijd zijn met de Grondwet.
Dat zijn rechten die burgers beschermen tegenover de staat, zoals vrijheid van godsdienst en meningsuiting.
Alleen als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om anderen te beschermen, en uitsluitend volgens de wet.
De Staatsregeling voor het Bataafsche Volk was de eerste Nederlandse grondwet en wordt ook de โoergrondwetโ genoemd.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden kwam een nieuwe Grondwet, waarin ideeรซn uit 1798 terugkeerden.
Revoluties en onrust in Europa maakten koning Willem II bang voor opstand en bereid tot hervormingen.
De liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke stelde de belangrijkste veranderingen op.
De macht van de koning werd beperkt; ministers en parlement kregen een veel grotere politieke rol.
De herziening legde het fundament voor het parlementaire stelsel en politieke verantwoordelijkheid van ministers.
Nee. Slechts een klein, welgesteld deel van de mannen mocht stemmen; het kiesrecht werd later uitgebreid.
Alle mannen kregen kiesrecht en vrouwen kregen passief kiesrecht: zij mochten zich verkiesbaar stellen.
In 1919 kwam actief vrouwenkiesrecht; in 1922 konden vrouwen voor het eerst bij landelijke verkiezingen stemmen.
Sociale grondrechten en een algemeen discriminatieverbod in artikel 1 werden toegevoegd; de Grondwet kan alleen via een zware procedure worden gewijzigd.