Leer en onthoud met 15 compacte kaarten de kern van canonvenster 28. Onderdeel van de collectie De Canon van Nederland.
Willem I (1772–1843), zoon van stadhouder Willem V, werd de eerste Oranje-koning van Nederland.
Na Napoleons nederlaag kwam hij in 1813 uit ballingschap in Engeland terug en werd hij in 1814 in Amsterdam ingehuldigd.
De oude Republiek maakte plaats voor een eenheidsstaat met een koning die een sterke politieke hoofdrol had.
Vanaf 1815 vormden het huidige Nederland, België en Luxemburg samen één koninkrijk onder Willem I.
Hij bemoeide zich actief met handel, industrie en investeringen om de economie te laten groeien.
Het Zuiden produceerde industrieproducten, het Noorden dreef handel en de kolonie leverde tropische producten.
Betere verbindingen moesten goederen sneller tussen de verschillende delen van het koninkrijk vervoeren.
Willem I richtte deze onderneming in 1824 op om handel en scheepvaart, vooral met Nederlands-Indië, te stimuleren.
In Nederlands-Indië moest de bevolking gewassen voor het koloniale bestuur verbouwen; de opbrengst kwam vooral Nederland ten goede.
Hij regeerde persoonlijk en ondertekende soms meer dan honderd koninklijke besluiten per dag.
Liberalen wilden meer inspraak, katholieken keerden zich tegen zijn godsdienstbeleid en de persvrijheid werd beperkt.
Willem wilde het Nederlands bevorderen, terwijl de Belgische bovenlaag vooral Frans sprak.
In Brussel brak een opstand uit. Willems leger kon niet voorkomen dat België zich onafhankelijk verklaarde.
Na negen jaar militair en diplomatiek verzet erkende hij in 1839 de Belgische onafhankelijkheid.
Teleurgesteld en minder populair deed hij afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Willem II.