Je leert 12 begrippen die helpen om mooi, duidelijk en met plezier voor te lezen. Voor kinderen van 7 en 8 jaar.
Voorlezen betekent dat je een tekst hardop leest voor anderen. Zij luisteren naar jouw stem.
Duidelijk lezen betekent dat anderen je goed kunnen verstaan. Je spreekt woorden netjes uit.
Stemgebruik is hoe je je stem gebruikt. Je kunt zacht, hard, hoog, laag of spannend lezen.
Volume is hoe hard of zacht je leest. Een goede voorlezer is goed te horen.
Tempo is hoe snel je leest. Je leest rustig genoeg, zodat iedereen het kan volgen.
Een pauze is een kort stopje. Pauzes helpen luisteraars om de tekst beter te begrijpen.
Intonatie is de toon van je stem. Bij een vraag klinkt je stem vaak anders dan bij een gewone zin.
Expressie betekent dat je gevoel in je stem legt. Je laat horen of iets blij, boos of spannend is.
Oogcontact betekent dat je soms naar je publiek kijkt. Zo blijf je contact houden met de luisteraars.
Het publiek zijn de mensen die naar jou luisteren. Een goede voorlezer denkt aan het publiek.
Oefenen betekent dat je een tekst vaker leest. Daardoor kun je hem mooier voorlezen.
Voorbereiden betekent dat je eerst kijkt hoe je de tekst gaat lezen. Je let op moeilijke woorden en leestekens.