Je leert 12 begrippen die helpen om teksten beter te begrijpen met leesstrategieen. Voor kinderen van 7 en 8 jaar.
Een strategische lezer denkt na tijdens het lezen. Je gebruikt slimme manieren om de tekst te begrijpen.
Een leesdoel is waarom je leest. Bijvoorbeeld: ik wil iets leren of weten wat er gebeurt.
Voorspellen betekent dat je bedenkt wat er misschien komt. Je kijkt naar de titel, plaatjes en wat je al weet.
Voorkennis gebruiken betekent dat je nadenkt over wat je al weet. Dat helpt bij nieuwe informatie.
Vragen stellen betekent dat je tijdens het lezen nadenkt: wat wil ik weten? Begrijp ik dit?
Teruglezen betekent dat je een stukje nog eens leest. Dat doe je als je iets niet goed begrijpt.
Samenvatten betekent dat je kort vertelt wat het belangrijkste is in de tekst.
De hoofdgedachte is het belangrijkste dat de tekst vertelt. Het is waar de tekst vooral over gaat.
Een belangrijk detail vertelt iets extra's dat je nodig hebt om de tekst goed te begrijpen.
Een verband laat zien hoe dingen bij elkaar horen. Bijvoorbeeld oorzaak en gevolg.
Controleren betekent dat je nagaat of je de tekst begrijpt. Snap je het niet? Dan kies je een strategie.
Een leesstrategie is een slimme manier om beter te lezen. Bijvoorbeeld voorspellen, vragen stellen of samenvatten.