Deze set bevat korte beschrijvingen van invloedrijke filosofen uit de westerse traditie, van de Oudheid tot nu. Ideaal voor het snel leren herkennen van hun belangrijkste ideeën en bijdragen.
Socrates was een Oud-Griekse filosoof (470-399 v.Chr.) die wordt beschouwd als een van de grondleggers van de westerse filosofie. Hij is vooral bekend om zijn socratische methode, een vorm van dialectiek waarbij hij door middel van vragen de waarheid probeerde te achterhalen.
Leerling van Socrates, grondlegger van de idealistische filosofie. Bekend om de ideeënleer: de zichtbare wereld is een afspiegeling van een hogere, onveranderlijke ideeënwereld.
Leerling van Plato, grondlegger van de logica en de empirische wetenschap. Benadrukte observatie en ervaring als bron van kennis.
Duitse filosoof, bekend om de Kritiek van de zuivere rede. Stelde dat kennis ontstaat uit een wisselwerking tussen zintuiglijke ervaring en verstand.
Duitse filosoof, bekend om het concept van de Übermensch en de uitspraak 'God is dood'. Bekritiseerde traditionele moraal en religie.
Franse existentialistische filosoof en feministe. Bekend van 'De tweede sekse', waarin ze stelt: 'Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.'
Franse filosoof, grondlegger van het rationalisme. Beroemd om 'Cogito, ergo sum' (Ik denk, dus ik ben). Zocht naar zekere kennis door twijfel.
Engelse filosoof, vader van het empirisme. Stelde dat kennis voortkomt uit ervaring ('tabula rasa'). Grondlegger van het liberalisme.
Schotse filosoof, radicale empirist en scepticus. Twijfelde aan oorzakelijkheid en stelde dat kennis gebaseerd is op gewoonte en ervaring.
Franse filosoof, invloedrijk in de Verlichting. Bekend om het idee van de 'natuurlijke mens' en het sociaal contract: samenleving gebaseerd op algemene wil.
Duitse filosoof en econoom. Grondlegger van het marxisme. Analyseerde klassenstrijd en stelde dat economische verhoudingen de geschiedenis bepalen.
Oostenrijks-Britse filosoof. Legde de basis voor de analytische filosofie. Onderzocht de grenzen van taal en betekenis ('Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen').
Duitse-Amerikaanse filosofe. Analyseerde totalitarisme en de banaliteit van het kwaad. Bekend van 'De menselijke conditie'.
Franse filosoof. Onderzocht de relatie tussen macht, kennis en discours. Bekend van analyses over discipline, toezicht en normalisering.
Amerikaanse filosofe. Bekend om haar werk over ethiek, emoties en rechtvaardigheid. Ontwikkelde de capabilities approach voor menselijke ontwikkeling.
Christelijk filosoof en kerkvader. Legde de basis voor middeleeuwse theologie. Bekend om het idee van de erfzonde en de relatie tussen geloof en rede.
Middeleeuws filosoof en theoloog. Combineerde christendom met het denken van Aristoteles. Grondlegger van de scholastiek.
Nederlands filosoof. Ontwikkelde een pantheïstisch wereldbeeld: God en natuur zijn één. Legde nadruk op rede en vrijheid.
Engelse filosoof en econoom. Belangrijk voor het utilitarisme: het grootste geluk voor het grootste aantal. Voorvechter van vrijheid en vrouwenrechten.
Frans filosoof en schrijver. Vertegenwoordiger van het existentialisme en het absurdisme. Bekend van 'De mythe van Sisyphus'.
Amerikaanse filosoof. Grondlegger van de gendertheorie. Bekend om het idee dat gender een performatieve constructie is.