De tekst koppelen aan wat je al kent.
De tekst koppelen aan iets wat je al kent.
Denken aan iets wat jij hebt meegemaakt.
Denken aan iets wat je over de wereld weet.
Kijken wat twee teksten hetzelfde of anders doen.
Bijvoorbeeld oorzaak, gevolg, probleem en oplossing.
Nieuwe informatie krijgt een bekende plek.
Je hebt meer manieren om iets terug te vinden.
Als die iets uit de tekst duidelijker maakt.
Als je niet meer aan de tekst denkt.
Samen geven ze meer informatie.
Zeg: βDit doet mij denken aan β¦β
Noem één ding hetzelfde en één ding anders.
Zoek woorden als omdat en daardoor.
Vertel wat beide over hetzelfde onderwerp zeggen.
βHelpt deze verbinding mij de tekst begrijpen?β