Ideeën verzamelen en vóór het schrijven een duidelijke opbouw maken.
Een overzicht van wat je gaat schrijven en in welke volgorde.
Mogelijke informatie, voorbeelden, woorden en vragen bij elkaar zetten.
Ideeën groeperen en in een logische volgorde plaatsen.
Het patroon waarin informatie is opgebouwd, zoals oorzaak-gevolg of probleem-oplossing.
Het ene deelonderwerp waarover een alinea gaat.
Je houdt overzicht, vergeet minder en schrijft gerichter.
Dan kun je je aandacht tijdens het schrijven op goede zinnen richten.
Een verhaal volgt gebeurtenissen; een instructie volgt stappen.
Niet elk interessant idee helpt het schrijfdoel of de lezer.
Tijdens het schrijven kun je een betere volgorde of een ontbrekend idee ontdekken.
Maak een woordweb, lijst, vragenreeks of vrije schrijfronde.
Selecteer wat belangrijk, betrouwbaar en passend is voor doel en lezer.
Groepeer deelonderwerpen en zet ze in een logische of belangrijke volgorde.
Noteer hoofdpersoon, plaats, probleem, belangrijke gebeurtenissen en afloop.
Kun je bij elk deel zeggen wat het bijdraagt aan je doel en boodschap?