Vรณรณr en tijdens het lezen voorspellen en voorspellingen controleren.
Met aanwijzingen bedenken waarover een tekst gaat of hoe hij verdergaat.
Genre, titel, omslag, achterflap, inleiding, kopjes, beelden en bron.
Je achtergrondkennis over het onderwerp en over de opbouw van teksten.
Een beredeneerd idee over wat een personage gaat doen of hoe het verhaal afloopt.
Nee. Een goede voorspelling steunt op aanwijzingen en voorkennis.
Je denkt vooruit en vergelijkt je idee voortdurend met nieuwe informatie.
Je maakt alvast een raamwerk waarin nieuwe informatie een plaats krijgt.
Nieuwe aanwijzingen kunnen beter bewijs geven dan je eerste idee.
Een structuur als oorzaak-gevolg of probleem-oplossing maakt het vervolg voorspelbaarder.
Zo merk je wat je goed begreep en waar je de tekst opnieuw moet bekijken.
Bekijk het tekstgeraamte en zeg: โIk denk โฆ, omdat โฆโ
Noteer wat je al weet en verbind dat met titel en beelden.
Stop op een spannend punt en gebruik gedrag, probleem en eerdere gebeurtenissen als bewijs.
Zoek in de tekst wat klopt, niet klopt of nog onzeker is.
Kun je je idee รฉn minstens รฉรฉn aanwijzing uit de tekst noemen?