Verhalen beleven, begrijpen, bespreken, beoordelen en waarderen.
Verhalen en andere literatuur beleven, begrijpen, bespreken, beoordelen en waarderen.
Een vraag over wat een tekst bij jou oproept of laat voelen.
Een vraag waarbij je denkt vanuit een personage en diens situatie.
Een vraag naar een mogelijke betekenis waarvoor je aanwijzingen uit de tekst gebruikt.
Vanuit wiens ogen of stem je gebeurtenissen in een verhaal meemaakt.
Ervaringen, verwachtingen en voorkeuren verschillen, terwijl meerdere reacties bij de tekst kunnen passen.
Door hardop te verwoorden en naar anderen te luisteren ontdek je nieuwe betekenissen.
Keuzes en veranderingen laten karakter, gevoelens en ontwikkeling zien.
Herkenning en verschil helpen om personages en thema's dieper te begrijpen.
Verschillen in perspectief, sfeer en keuzes maken bijzondere kenmerken zichtbaar.
Gebruik gedachten, woorden, gedrag en situatie om te bedenken wat die persoon ervaart.
Geef je idee en noem woorden, gebeurtenissen of patronen uit de tekst als bewijs.
Vergelijk gedrag en gedachten aan begin en einde en zoek de oorzaak van de verandering.
Geef je oordeel over bijvoorbeeld personages, stijl, spanning en betekenis, met concrete voorbeelden.
Kun je vertellen wat de tekst met je deed, wat hij kan betekenen en welk tekstbewijs daarbij past?