Feiten, meningen, bronnen, argumenten en bedoelingen onderzoeken.
Een tekst onderzoeken, controleren en beoordelen voordat je een oordeel vormt.
Een uitspraak die je met betrouwbaar bewijs kunt controleren.
Wat iemand vindt, voelt of beoordeelt; anderen kunnen daar anders over denken.
Een reden waarmee iemand een mening of standpunt probeert te ondersteunen.
Wat de schrijver wil bereiken, zoals informeren, overtuigen, verkopen of vermaken.
Afzender, datum, deskundigheid en bewijs zeggen iets over betrouwbaarheid.
Een stellige mening kan waar klinken zonder bewezen te zijn.
Een reden moet relevant, logisch en door voldoende bewijs gesteund zijn.
Woorden als altijd, iedereen en ramp kunnen emoties sturen en verschillen verbergen.
Ze laten zien waar ideeΓ«n botsen of een redenering niet goed samenhangt.
Vraag wie publiceert, wanneer, met welk doel en waarop de informatie is gebaseerd.
Zoek bewijs in de tekst en vergelijk het zo nodig met een tweede betrouwbare bron.
Controleer of zij logisch volgt uit de genoemde feiten en argumenten.
EΓ©n of enkele voorbeelden worden gebruikt om iets over een hele groep te beweren.
Kun je je oordeel uitleggen met tekstbewijs Γ©n iets zeggen over bron en bedoeling?