9B Β· Uitgewerkt: 15 kaartjes. Basisniveau, ongeveer 9 jaar. Leeronderwerpen: Rijm herkennen aan klank; eindrijm, herhaling, ritme en klemtoon; hardop lezen, pauzes en tempo; gedichten zonder rijm.
Overeenkomst in klank, bijvoorbeeld bij βmaanβ en βstaanβ. Bij rijm luister je vooral hoe woorden klinken.
Rijm aan het einde van versregels, zoals: βIk kijk naar de maan / en blijf even staan.β De strepen geven regeleinden aan.
βKatβ en βmatβ rijmen. Ze staan aan het eind van de versregels, dus dit is ook eindrijm.
Nee. De betekenis maakt geen rijm: hun klanken rijmen niet. βKatβ en βmatβ rijmen wel.
Ja. Je hoort aan het eind van beide woorden dezelfde klank. De spelling hoeft voor rijm niet helemaal gelijk te zijn.
De beweging van sterke en zwakke klanken, herhaling en pauzes die je hoort bij het lezen of uitspreken.
De nadruk op een lettergreep of woord. Door nadruk te leggen hoor je beter hoe een tekst ritmisch klinkt.
Lees hardop, luister naar nadruk en pauzes en tik eventueel zacht mee. Bespreek wat terugkomt of juist verandert.
Een woord of regel kan terugkomen en daardoor opvallen, samenhang geven of het ritme versterken.
De herhaalde βtikβ klinkt als regendruppels. De herhaling maakt een hoorbaar patroon.
Ja. Nadruk, pauzes en herhaalde woorden kunnen ritme geven zonder dat de regeleinden rijmen.
Nee. Kijk ook naar de zin, leestekens en betekenis. Probeer waar een pauze passend klinkt.
Sneller lezen kan haast oproepen; langzamer lezen kan rust of nadruk geven. Onderzoek wat bij de woorden past.
Nee. Rijm gaat over overeenkomst in klank. Ritme gaat over het patroon van nadruk, herhaling en pauzes.
Noem rijmwoorden als die er zijn. Lees een regel voor en laat horen waar nadruk, pauzes of herhaling opvallen.