Beoordeel wie meedoet, hoe deelnemers zijn geselecteerd en over welke groepen de uitkomsten iets zeggen.
De groep waarover onderzoekers uiteindelijk uitspraken willen doen.
Het deel van de doelpopulatie waartoe onderzoekers praktisch toegang hebben.
De lijst of bron waaruit deelnemers worden geselecteerd.
Iedere eenheid heeft een bekende kans om te worden gekozen.
Iedere eenheid uit het kader heeft dezelfde kans om rechtstreeks te worden geselecteerd.
Uit iedere vooraf bepaalde relevante laag worden deelnemers gekozen.
Hele scholen of klassen worden geselecteerd; deelnemers binnen clusters lijken vaak op elkaar.
Onderzoekers kiezen gemakkelijk bereikbare deelnemers, die systematisch kunnen afwijken.
Mensen beslissen zelf of ze deelnemen; vrijwilligers kunnen anders zijn dan niet-deelnemers.
De gekozen deelnemers verschillen systematisch op manieren die de uitkomst beΓ―nvloeden.
Nee. Een grote scheve steekproef kan een nauwkeurig maar verkeerd beeld geven.
Het aandeel benaderde eenheden dat meedoet.
Deelnemers en niet-deelnemers verschillen op relevante kenmerken.
Deelnemers ontbreken later; vooral ongelijke of uitkomstgerelateerde uitval kan vertekenen.
Ze bepalen wie mag deelnemen en op welke groep de uitkomsten betrekking hebben.
Kenmerken en context helpen de toepasbaarheid beoordelen.
Leerlingen binnen dezelfde klas of school zijn niet volledig onafhankelijke waarnemingen.
Ze corrigeren bekende verschillen tussen steekproef en populatie.
De mate waarin bevindingen kunnen gelden voor andere mensen, plaatsen, tijden of uitvoeringswijzen.
Vergelijk doelpopulatie, kader en deelnemers; controleer selectie, respons, uitval, context en wie buiten beeld bleef.